“Een KIQT+? Ja maar, hij heeft net de WISC-V gemaakt!”  

Is er dan geen leereffect?
Een KIQT+ kort na een WISC-V

De KIQT+ is een algemene intelligentietest voor kinderen van 5 tot 11 jaar waarbij (een vermoeden van) (hoog)begaafdheid speelt. Bij de ontwikkeling van de test is ervoor gekozen om alleen subtesten op te nemen met een zo hoog mogelijke g-factor. Dit is een bewuste keuze geweest, omdat het doel van de KIQT+ is om zoveel mogelijk intelligentie, en zo min mogelijk kennis, opvoeding, snelheid, achtergrond of eventuele diagnoses te meten.

Het TIQ is de belangrijkste maat voor het nemen van belangrijke beslissingen op individueel niveau, en de betrouwbaarheid van het KIQT+ TIQ is zeer hoog. Toch vinden sommige testers het fijn om naast de KIQT+ ook (enkele subtesten van) de WISC-V af te nemen.

Daarnaast wordt de KIQT+ ook gebruikt om beter te kunnen differentiëren bij kinderen, nadat er uit een eerdere test al een Totaal IQ score aan het uiteinde van het scorebereik van die test is gekomen.

De drie subtesten uit de KIQT+ (Matrices, Puzzels en Gewichten) zitten in een iets andere vorm ook in de WISC-V, waar ze Matrices, Figuur Samenstellen, en Gewichten heten. Om te onderzoeken of er een mogelijk leereffect is wanneer kinderen de KIQT+ maken kort nadat ze eerst de WISC-V hebben gemaakt, is hier verder onderzoek naar gedaan. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de data van de normering van de KIQT+: ruim 700 kinderen met (een vermoeden van) (hoog)begaafdheid, die ook al eens eerder zijn getest met een andere IQ-test.

Samenstelling onderzoeksgroep

Allereerst zijn de kinderen uit de normeringsgroep geselecteerd waarbij zowel de WISC-V als de KIQT+ is afgenomen. Per kind verschilt het echter welke van deze twee testen eerst is afgenomen, en hoeveel dagen er tussen de afnames zat.

Er zijn vervolgens twee groepen samengesteld:

  • Een groep waarbij eerst de WISC-V is afgenomen, en daarna de KIQT+, en dit binnen 90 dagen is gebeurd. Als er een leereffect is van de WISC-V op de KIQT+ zouden we dat dus in deze groep moeten merken. Deze groep noemen we de mogelijk leereffect groep.
  • Een groep waarbij in de 500 dagen voorafgaand aan de KIQT+ géén WISC-V is afgenomen. Bij deze groep is de afname van de WISC-V dus meer dan 500 dagen voor de KIQT+ geweest, of is de afname van de WISC-V na de KIQT+ geweest. Bij deze groep nemen we dus aan dat er geen leereffect van de WISC-V op de KIQT+ kan zijn. Deze groep noemen we de geen leereffect groep.

Voor de grens van 90 dagen is gekozen om enerzijds het mogelijke leereffect zo groot mogelijk te maken, en anderzijds om voldoende kinderen over te houden om goed onderzoek te kunnen verrichten.

Vervolgens is voor elk kind in de mogelijk leereffect groep gekeken of er een kind beschikbaar was waarbij in de geen leereffect groep, dat op de WISC-V een vergelijkbare score (maximaal 3 IQ punten afwijking) heeft behaald. Voor een kind uit de mogelijk leereffect groep dat eerder op de WISC-V een Totaal IQ van 125 heeft behaald is dus een kind zonder mogelijk leereffect gezocht dat op de WISC-V een Totaal IQ tussen de 122 en 128 heeft behaald. Als er meerdere kinderen zonder mogelijk leereffect hieraan voldeden, is dat kind gekozen dat in leeftijd het minst afweek van het mogelijk leereffect kind.

Op deze manier is dus een gekoppelde mogelijk/geen leereffect groep samengesteld. Deze groep bevat 39 kinderen waarbij mogelijk sprake is geweest van een leereffect, gekoppeld aan 39 kinderen waarbij er zoveel tijd tussen de beide testen zat dat het leereffect verwaarloosbaar is, of die eerst de KIQT+ hebben gemaakt en daarna pas de WISC-V.

In totaal bestaat de onderzoeksgroep dus uit 78 kinderen. De gemiddelde leeftijd is in beide groepen ongeveer 8 jaar en 6 maanden. Ook op andere eigenschappen zoals geslacht, land, regio, opleidingsniveau van de ouders en migratieachtergrond lijken de groepen niet te verschillen.

De mogelijk leereffect groep behaalde op de WISC-V een gemiddelde totaal IQ score van 124.8 (SD 12.2). De geen leereffect groep behaalde op de WISC-V een gemiddeld Totaal IQ score van 124.5. Omdat de groepen zeer vergelijkbare Totaal IQ-scores op de WISC-V hebben behaald, kan worden verondersteld dat beide groepen even grote algemene cognitieve capaciteiten bezitten.

Resultaten

Vervolgens is gekeken naar de scores van deze twee groepen op de KIQT+. Als er een leereffect is, waarbij het eerst afnemen van de WISC-V dus een voordeel geeft bij het maken van de KIQT+, dan zouden de scores van de mogelijk leereffect groep op de KIQT+ dus aanzienlijk hoger moeten zijn. 

Mogelijk leereffect Geen leereffect Verschil t-waarde p-waarde
Totaal IQ 131.9 (11.6) 131.1 (11.6) -0.85 -0.30 0.77
FRI 130.8 (11.2) 132.7 (10.6) 1.97 0.65 0.52
VRI 132.2 (13.2) 131.4 (12.8) -0.74 -0.12 0.91
KRI 132.1 (12.2) 131.1 (11.4) -0.95 -0.35 0.73
Matrices 16.3 (2.6) 16.4 (2.1) 0.13 0.22 0.83
Puzzels 16.7 (2.7) 16.2 (2.7) -0.51 -0.80 0.43
Gewichten 15.3 (2.5) 16.1 (2.1) -1.31 -0.31 0.76

In de tabel is te zien dat de mogelijk leereffect groep op de KIQT+ een gemiddelde Totaal IQ score van 131.9 behaalt, de geen leereffect groep behaalt een gemiddelde Totaal IQ score van 131.1. Met een verschil van minder dan een IQ punt is dit verschil niet statistisch significant (gepaarde t-test, t(39) = -0.30, p = 0.77).

Conclusie

Aangezien de belangrijkste uitkomst van de KIQT+ (het Totaal IQ) niet significant verschilt tussen de mogelijk leereffect groep en de geen leereffect groep, blijkt dat er dus geen leereffect is van de WISC-V op de KIQT+.

Hoewel de subtesten van de WISC-V en de KIQT+ misschien in eerste instantie veel op elkaar lijken, blijkt het eerst maken van de WISC-V dus geen voordeel op te leveren op de prestatie op de KIQT+. Mogelijk heeft dit ermee te maken dat zowel bij de subtest Figuur Samenstellen als de subtest Gewichten van de WISC-V de factor tijd een belangrijke rol speelt (er moet immers binnen 30 seconden een antwoord worden gegeven), terwijl dat bij de KIQT+ niet het geval is. Ook zijn de opgaven op de KIQT+ een stuk moeilijker en anders vormgegeven.