F.A.Q.
Veelgestelde vragen over de KIQT+

Algemeen

Wat is de meerwaarde van een intelligentietest?

Een intelligentietest is geen doel op zich, maar vooral een middel voor een psycholoog of orthopedagoog om de algehele intelligentie van een kind te kunnen onderzoeken. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn om uit te sluiten of afwijkend gedrag of afwijkende schoolresultaten te maken hebben met een boven- of juist benedengemiddelde intelligentie, zoals bijvoorbeeld bij het stellen van een dyslexie diagnose.

Ook kan een intelligentietest fijn zijn als hulpmiddel bij het maken van keuzes als ‘Kunnen we dit kind laten versnellen of niet?’ of ‘Zou het in aanmerking kunnen komen voor een plusklas?’. Voor dit soort beslissingen is de KIQT+ bij uitstek geschikt, omdat het juist bij de bovengemiddeld intelligente doelgroep heel betrouwbare resultaten geeft.

Als er vanuit ouders, school of hulpverlening behoefte is aan onderzoek naar het intelligentieniveau van een kind kunnen zij een psycholoog of orthopedagoog inschakelen om hier onderzoek naar te doen. Of er daarnaast nog andere instrumenten nodig zijn dan alleen een intelligentietest is afhankelijk van de hulpvraag die er ligt.

Waarom is de KIQT+ beter geschikt voor (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen?

De KIQT+ is om een aantal redenen beter geschikt om de intelligentie van (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen te onderzoeken:

Waar kan de KIQT+ afgenomen worden?

De KIQT+ kan worden aangeschaft en gebruikt door psychologen en orthopedagogen die aan de kwalificatie eisen voldoen. Deze eisen staan beschreven op de productpagina van de KIQT+.

Praktijken die de test hebben aangeschaft kunnen, als zij dat willen, toegevoegd worden aan de kaart waarop te zien is op welke locaties een KIQT+ kan worden afgenomen.

Voor een intelligentieonderzoek met de KIQT+ kunt u rechtstreeks contact opnemen met een praktijk bij u in de regio.

Hoe lang is de uitslag van de KIQT+ geldig?

Een uitslag van een intelligentietest heeft nooit een vastgestelde ‘levensduur’ waarna deze zijn waarde volledig verliest. Wel is het zo dat een recentere intelligentietest waarschijnlijk een beter beeld geeft dan een intelligentietest die langer geleden is afgenomen.

Een onderzoeker kan er in bepaalde omstandigheden, afhankelijk van onder andere de leeftijd van een kind, wel voor kiezen om een onderzoeksrapportage een bepaalde geldigheidsduur mee te geven.

De mate waarin een testuitslag nog bruikbaar is hangt bovendien sterk af van welke beslissing er genomen dient te worden waar de uitslag in meeweegt. Zo is het bij het nemen van een belangrijke en mogelijk (op korte termijn) onomkeerbare beslissing belangrijk dat een score op een intelligentietest voldoende recent is.

Kan deze test ook via school of hulpverlening worden aangevraagd?

De KIQT+ behoort, net zoals andere intelligentietesten, thuis in de gereedschapskist van de psycholoog of orthopedagoog en kan ingezet worden om de intelligentie van (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen in beeld te brengen. Als er vanuit school of hulpverlening behoefte is aan onderzoek naar het intelligentieniveau van een kind kunnen zij een psycholoog of orthopedagoog inschakelen om hier onderzoek naar te doen.

Accepteren scholen de uitslag van de KIQT+?

Als bij een kind een intelligentietest wordt afgenomen is hier altijd een reden voor. Zowel ouders, als een school of een andere professional kunnen het nodig vinden dat een kind wordt onderzocht. Een psychologisch onderzoek wordt meestal uitgevoerd door een psycholoog of orthopedagoog. Volgens de standaarden van het NIP (Nederlands Instituut van Psychologen) moet een psycholoog altijd een test gebruiken die geschikt is om het betreffende kind te onderzoeken.

Omdat de KIQT+ beter geschikt is dan andere testen om de intelligentie van (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen te onderzoeken, kan een psycholoog ervoor kiezen om de intelligentie van het kind te onderzoeken met de KIQT+. De psycholoog gebruikt daarna de testresultaten, maar ook andere informatie over het kind om de school en/of ouders te informeren en advies te geven over het kind. Het is dus de psycholoog of orthopedagoog die bepaalt welke intelligentietest in een bepaalde situatie het meest geschikt is om de intelligentie van een kind te onderzoeken.

Is de KIQT+ een betrouwbare test?

De betrouwbaarheid van een test wordt uitgedrukt in een getal tussen de 0 en 1. Een test met een betrouwbaarheid van 0 is volledig onbetrouwbaar, een test met een betrouwbaarheid van 1 is perfect betrouwbaar. De KIQT+ heeft een betrouwbaarheid van 0.96. Volgens de beoordelingsstandaarden van de COTAN is een test met een betrouwbaarheid hoger dan 0.90 ‘goed’ te noemen. Volgens de beoordelingsstandaarden van de COTAN is de betrouwbaarheid van de KIQT dus ‘goed’ te noemen.

De COTAN is een centrale commissie van het NIP, met als missie om de psychometrische kwaliteit van tests in Nederland te bevorderen. Nadat een nieuwe test is genormeerd kan de uitgever deze ter beoordeling aanbieden bij de COTAN. Uiteraard doen wij dit ook met de KIQT+. Omdat de leden van COTAN het beoordelen van de tests op vrijwillige basis doen, naast hun reguliere baan, gaat er behoorlijk wat tijd overheen voordat een beoordeling is afgerond. Zie ook het antwoord op de vraag: “Wanneer wordt de KIQT+ beoordeeld door de COTAN?”

Wanneer wordt de KIQT+ door de COTAN beoordeeld?

De COTAN werkt met een team van vrijwilligers om de psychometrische kwaliteit van testen in Nederland te beoordelen. Uit de beoordeling van enkele recente testen blijkt dat de wachttijd momenteel kan oplopen van een flink aantal maanden tot zelfs meer dan een jaar. Hier hebben wij helaas geen invloed op.

Belangrijk om te weten is dat de betrouwbaarheid van de KIQT+ hoog is (zie ook de vraag: “Is de KIQT+ wel een betrouwbare test? ”).

Voor andere testen geldt ook dat zij al gebruikt werden voor de COTAN beoordeling er was. De WISC-V werd bijvoorbeeld eind 2017 in gebruik genomen (en werd toen ook al door scholen en andere instanties geaccepteerd), pas eind mei 2019 was de COTAN klaar met de beoordeling.

Is de uitslag van de KIQT+ wel geldig als er nog geen COTAN beoordeling is?

Een psychologisch onderzoek wordt meestal uitgevoerd door een psycholoog of orthopedagoog. Volgens de standaarden van het NIP (Nederlands Instituut van Psychologen) moet een psycholoog altijd een test gebruiken die geschikt is om het betreffende kind te onderzoeken, dit is altijd de afweging van de psycholoog. Dit kan een test zijn die door de COTAN beoordeeld is als ‘goed’, maar ook een test die als minder goed is beoordeeld als de onderzoeker vindt dat deze test beter geschikt is voor het betreffende kind en de onderzoeksvraag.

Het kan ook een test zijn die nog helemaal niet beoordeeld is. In dit geval maakt de psycholoog of orthopedagoog zelf, aan de hand van de handleiding en de onderzoeksgegevens die over de test beschikbaar zijn, een beoordeling of een test betrouwbaar genoeg is om de onderzoeksvraag te beantwoorden.

De beoordeling van de COTAN is een extra hulpmiddel voor psychologen en orthopedagogen om zoveel als mogelijk testen van goede kwaliteit te gebruiken. Het oordeel van de COTAN hoeft dus niet te worden afgewacht, en is ook zeker niet bindend. 

Kan de KIQT+ ook een IQ onder de 115 meten of vallen kinderen met een IQ lager dan 115 gelijk uit op deze intelligentietest?

Het scorebereik van de KIQT+ is een IQ score van 105 t/m 170 voor kinderen van 5 tot en met 10 jaar. Dit betekent dat ook voor kinderen met een IQ onder de 115 er nog voldoende ruimte is om de test te maken.

Professionals zullen er wellicht aan moeten wennen dat (vooral jongere) kinderen met een IQ score onder de 115 wellicht weinig goede antwoorden geven op de verschillende subtesten. Er kan ook dan een betrouwbare meting worden gedaan. Deze situatie is te vergelijken met andere intelligentietesten waarbij kinderen aan de onderkant van het scorebereik worden getest: ook zij beantwoorden vaak maar enkele vragen goed.

Is een IQ score altijd een minimumscore?

Een IQ score is niet altijd een ‘minimum’ of een ‘ondergrens’. Elke IQ score heeft een zekere mate van onbetrouwbaarheid welke wordt uitgedrukt in het betrouwbaarheidsinterval. Het betrouwbaarheidsinterval is een interval om de IQ score heen, dat bij vrijwel elke intelligentietest (zo ook bij de KIQT+) vermeld wordt in het scorerapport.

Een kind kan dus als het nogmaals getest wordt iets hoger of iets lager scoren, maar in de meeste gevallen zullen de betrouwbaarheidsintervallen dan deels overlappen.

Perfectionisme kan een kind soms in de weg zitten bij het maken van een intelligentietest. Is dat bij de KIQT+ minder het geval?

Kinderen die heel perfectionistisch zijn nemen vaak veel tijd voor het geven van een antwoord omdat ze zeker willen weten dat het helemaal goed is. Bij sommige intelligentietesten heeft dat een negatief effect op de score, omdat veel subtests een tijdsfactor hebben: opdrachten moeten binnen een bepaalde tijd gemaakt worden, of sneller antwoorden levert een hogere score op. Bij de KIQT+ is dat niet het geval. Een kind mag net zolang blijven nadenken als het wil, zonder dat dat invloed heeft op het Totaal IQ of de indexscores.

Daarnaast zijn de testvragen helder en duidelijk van opzet, en is er steeds één correct antwoord dat logisch te beredeneren valt en aan te wijzen is. Het is dus geen kwestie van een antwoord perfect moeten kunnen formuleren om er voldoende punten voor te kunnen krijgen, zoals bij open vragen het geval zou zijn.

Jullie geven aan dat de KIQT+ zo ontwikkeld is dat faalangst een minder grote rol speelt. Waarin zit dat?

Er is bij het maken van de KIQT+ geen tijdsdruk. Kinderen hoeven bovendien niets te zéggen om de test te kunnen maken, en de drempel voor kinderen om iets aan te wijzen is bijna altijd kleiner.

Ook hoeft een subtest, als een onderzoeker dit niet wil, nooit te worden afgebroken. In dat geval kan het kinderen dus ook minder dwars gaan zitten dat ze bij een eerdere subtest ineens moesten stoppen ‘omdat ze iets misschien niet goed hebben gedaan’.

Dit maakt dat de KIQT+ ook bij faalangstige kinderen goed is in te zetten.

Professional

Hoe gaat de invoer/verwerking van de antwoorden in zijn werk?

De invoer en verwerking van de antwoorden gaat via het SCALIQ-Scoringsplatform. Bij de aanschaf van de test wordt er voor elke persoon in jullie praktijk die de KIQT+ gaat afnemen een account aangemaakt zodat jullie veilig kunnen inloggen.

In het SCALIQ-Scoringssysteem kun je cliënten aanmaken, antwoorden op testen invoeren, testen scoren, gescoorde rapporten downloaden en de handleiding raadplegen.

Bij het afnemen van de test kun je de antwoorden direct online invoeren, of je kunt deze eerst op papier vastleggen en ze later in het scoringssysteem invoeren.

    Komt er een standaardrapport uit het systeem en zo ja, hoe ziet dit eruit?
    Na het invoeren van de antwoorden is in het SCALIQ-Scoringssysteem een scoringsrapportage te downloaden. Hierin worden verschillende scores beschreven, waaronder het Totaal IQ, de indexscores, het verkort Totaal IQ (waar van toepassing) en de subtestscores. Ook staan de relatieve sterktes en zwaktes aangegeven. Tot slot wordt er een score voor Werksnelheid gegeven. Waar van toepassing worden ook ruwe scores, betrouwbaarheidsintervallen en leeftijdsequivalenten vermeld.

    Professionals kunnen de scoringsrapportage gebruiken als bijlage in een onderzoeksverslag. Hierbij bestaat de keuze uit een uitgebreide interpretatie of een samenvatting. Uiteraard is het ook mogelijk om de scores zelf in een eigen rapportage te verwerken.

    Een aantal voorbeelden van zo’n scoringsrapportage zijn hier te vinden:

    In de technische handleiding worden deze vier voorbeeldcasussen verder uitgewerkt.

    Hoe verhoudt de KIQT+ zich tot andere testen zoals de WISC-V, RAKIT-2, IDS-2 en RAVEN'S-2?

    Naast de normering van de KIQT+ zijn er uiteraard meerdere validiteitsonderzoeken uitgevoerd. Hieruit blijkt dat, volgens verwachting, de Totaal IQ score op de KIQT+ hoog correleert met de Totaal IQ score op onder andere de WISC-V, de RAKIT-2, de SON-R en de WPPSI-III (de WPPSI-IV was ten tijde van de validiteitsonderzoeken nog niet beschikbaar). Er zijn ook verschillen. Zo is de KIQT+ beter geschikt om de intelligentie van (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen te onderzoeken vanwege onder andere het hogere scorebereik.

    Bovendien kwamen er bij validiteitsonderzoek bij een groep hoogbegaafde kinderen ook structurele verschillen naar voren. Daar gaan we in dit achtergrondartikel dieper op in.

    Zie ook de vraag: “Waarom is de KIQT+ beter geschikt voor (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen?”

    Zijn de eisen voor het mogen afnemen van de KIQT+ hetzelfde als die van de WISC?

    De benodigde kwalificaties om de KIQT+ te kunnen aanschaffen, afnemen en scoren staan op de productpagina van de KIQT+ nader gespecificeerd. Deze zullen in grote lijnen overeenkomen met de kwalificaties die nodig zijn voor andere intelligentietesten zoals de WISC-V, de IDS-2 en de WPPSI-IV.

    Waarom mogen Talentbegeleiders / ECHA-specialisten / leerkrachten de KIQT+ niet afnemen?

    De KIQT+ is een gespecialiseerde intelligentietest bedoeld om de intellectuele capaciteiten van (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen van 5 tot 11 jaar in kaart te brengen. Om een valide afname en interpretatie te garanderen heeft een onderzoeker gespecialiseerde kennis nodig over intelligentie, psychometrie, de standaardisering van tests, afname mogelijkheden en mogelijke belemmeringen tijdens de afname.

    Psychologen en Orthopedagogen leren in hun opleiding hoe zij verantwoord en op een gestandaardiseerde wijze testen kunnen afnemen en interpreteren.

    Geeft de KIQT+ in de begeleiding (handelingsplan) ook handvatten?

    Het voornaamste doel bij het afnemen van de KIQT+ is om de cognitieve capaciteiten van (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen in beeld te brengen. Daarnaast biedt de KIQT+ ook zeer goed de mogelijkheid om te observeren hoe een kind omgaat met opgaven op een moeilijker niveau dan hij/zij wellicht gewend is. Hierdoor kan via een observatie inzicht verkregen worden in de taakaanpak, mindset, en of een kind wellicht opleeft van uitdagende opgaven of juist ontwijkend gedrag vertoont.

    De KIQT+ bevat geen verbale subtesten of subtesten onder tijdsdruk, hoe ga ik hiermee om in mijn diagnostiek?

    Het klopt dat de KIQT+ een intelligentieprofiel minder breed in kaart brengt dan andere intelligentietesten. Dit is een bewuste keuze die wetenschappelijk onderbouwd is, omdat we enkel de subtesten hebben opgenomen die het meest betrouwbaar zijn om algemene intelligentie te meten. Zie onze whitepaper voor verdere informatie over de onderbouwing van deze keuze.

    Bredere intelligentieprofielen zijn niet vanzelfsprekend beter om vermogens van kinderen te beschrijven, als deze minder betrouwbaar zijn opgebouwd. Dit kan een vorm van schijnveiligheid geven en leiden tot conclusies die niet bij een individu hoeven te passen. Als je hierin als diagnosticus informatie mist om de behoeften van een kind goed in kaart te kunnen brengen, dan raden we aan om de KIQT+ op te nemen in een bredere testbatterij en met goed gevalideerde andere onderzoeksmiddelen verdere onderbouwing te geven. Zo krijg je een diagnostisch beeld dat zowel op intelligentie als andere factoren goed is onderbouwd voor het individu.

    Moet er al een IQ score zijn voordat kinderen de KIQT+ kunnen doen?

    De KIQT+ kan ingezet worden om het intelligentieniveau van (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen te onderzoeken. Het vermoeden dat een kind een op zijn minst bovengemiddelde intelligentie heeft kan van zowel ouders, leerkrachten of andere professionals komen. Het is dus niet noodzakelijk dat er al een andere intelligentietest is gedaan voordat de KIQT+ kan worden afgenomen. Een (onderbouwd) vermoeden volstaat hierin.

    Als bij een kind geen vermoedens van een bovengemiddelde intelligentie zijn is een andere intelligentietest waarschijnlijk beter geschikt.

    Hoe zit het met het stuk verbaal redeneren dat de KIQT+ niet onderzoekt? Zegt dat niet juist veel over of een kind goed mee kan komen in het talige deel van het onderwijs?

    Zoals bekend is correleren scores op een IQ test met schoolcijfers, waardoor de scores op een IQ test dus een voorspellende waarde hebben ten aanzien van schoolresultaten (dit noemen we predictieve validiteit). Van scores die het dichtste bij de g-factor liggen – de TIQ scores dus – weten we dat deze de grootste voorspellende waarde hebben op alle schoolse vaardigheidsgebieden, dus ook op taalgebied.

    De vraag is dan, kun je schoolresultaten op specifieke gebieden – bijvoorbeeld taal of rekenen – beter voorspellen als je naast het Totaal IQ ook nog een relevante indexscore weet? Dit noemen we incrementele predictieve validiteit. Kun je bijvoorbeeld taalprestaties beter voorspellen als je naast het TIQ ook nog de score op verbaal redeneren weet?

    Uit onderzoek weten we dat het antwoord op deze vraag nee is. Als je het Totaal IQ al weet, voegt een bepaalde index (zoals een verbaal redeneren index) niks toe aan je voorspellende waarde voor schoolprestaties, ook niet als het lijkt alsof die index en het schoolvak veel met elkaar te maken hebben.

    Uit data vanuit de normering van de KIQT+ weten we bovendien dat het TIQ van verbaal sterke kinderen op de KIQT+ niet wordt onderschat (lees hier meer over).

    Is het Totaal IQ wel goed te interpreteren als de indexen significant van elkaar verschillen

    Uit literatuuronderzoek is naar voren gekomen dat de predictieve validiteit van het Totaal IQ niet lager is als er sprake is van significante verschillen. Dat betekent dat ook als de indexen significante sterktes/zwaktes laten zien, het Totaal IQ de belangrijkste uitkomst van de KIQT+ blijft.

    Kan ik de handleiding ook als boekje krijgen? Ik hou niet van lezen op een beeldscherm.

    Omdat enkele aanvullende onderzoeken nog worden afgerond zijn bepaalde onderdelen van de handleiding nog in ontwikkeling. De digitale handleiding is dan ook altijd het meest up-to-date.

    Over enkele maanden, zodra de materialen ook aan de COTAN worden aangeboden, zal er in overleg ook een papieren versie te bestellen zijn.

    Komt er ook een nieuwe intelligentietest voor oudere kinderen en volwassenen?

    SCALIQ is bezig de behoefte van professionals te onderzoeken voor een instrument wat ook geschikt is voor oudere kinderen, adolescenten en volwassenen.

    Rapport

    Hoe wordt de IQ-score van een kind berekend?

    Voor het berekenen van de IQ-score van een kind wordt allereerst gekeken naar het antwoordpatroon van het kind op alle opgaven die het kind binnen de KIQT+ heeft gemaakt. Hierbij wordt gekeken naar welke vragen juist, gedeeltelijk juist, of onjuist zijn beantwoord. Uniek aan de KIQT+ is dat ook wordt gekeken op welke manier een opgave onjuist is beantwoord: is er slechts een detail vergeten of is het antwoord volledig onjuist? Afhankelijk van het antwoordpatroon wordt een ruwe score berekend. Hoe snel het kind heeft gewerkt tijdens het afnemen van de opgaven speelt geen rol bij het berekenen van de ruwe score of de IQ score. De ruwe score wordt vervolgens via een normeringsmodel vergeleken met de ruwe score van andere kinderen met dezelfde leeftijd. Door de ruwe score te vergelijken met de ruwe score van andere kinderen met dezelfde leeftijd wordt een IQ-score berekend. Voor meer informatie over wat een IQ-score betekent zie de vraag: “Wat betekent de IQ score van een kind?”

    Wat betekent de IQ score van een kind?

    Zoals ook vermeld wordt in het score-rapport, kan aan de IQ score één van de volgende beschrijvingen worden gegeven:

    IQ lager dan 110 Gemiddeld
    IQ tussen 110 en 119 Bovengemiddeld ± 1 op de 6 kinderen
    IQ tussen 120 en 129 Begaafd ± 1 op de 14 kinderen
    IQ tussen 130 en 144 Hoogbegaafd ± 1 op de 43 kinderen
    IQ tussen 145 en 159 Zeer Hoogbegaafd ± 1 op de 680 kinderen
    IQ van 160 of hoger Uitzonderlijk Hoogbegaafd ± 1 op de 27500 kinderen

     

     

    Wat betekent de Werksnelheid van een kind?

    Bij de werksnelheid wordt gekeken hoeveel tijd een kind nodig heeft om de opgaven van de KIQT+ te maken. Hierbij wordt de tijd die het kind nodig heeft vergeleken met andere kinderen van dezelfde leeftijd met dezelfde TIQ score. Dit betekent dat de werksnelheid op de KIQT+ anders is dan bijvoorbeeld de verwerkingssnelheid op een WISC of WPPSI, waar kinderen vergeleken worden met álle leeftijdsgenoten, ongeacht hun TIQ score. Op de KIQT+ wordt het kind dus vergeleken met andere kinderen die even oud zijn en die hetzelfde cognitieve niveau laten zien op de KIQT+. De score die hier wordt gegeven is een percentielscore. Bij (bijvoorbeeld) een percentielscore van 59 betekent dit bijvoorbeeld dat van de 100 kinderen die even oud zijn met eenzelfde TIQ score, er 59 hiervoor evenveel of méér tijd nodig hadden dan het kind.

    Als een kind laag scoort op werksnelheid, dan betekent dit dus dat een kind, in vergelijking met andere kinderen van dezelfde leeftijd en hetzelfde Totaal IQ, relatief veel tijd nodig heeft gehad om de opgaven te maken. Hij of zij heeft dus aanzienlijk langzamer gewerkt dan zijn of haar ontwikkelingsgelijken. Andersom betekent een hoge score dat een kind juist sneller heeft gewerkt dan zijn of haar ontwikkelingsgelijken.

    De percentielscores kunnen als volgt worden geïnterpreteerd:

    Percentielscore Werksnelheid Beschrijving
    0-2 Zeer langzaam
    3-16 Langzaam
    17-83 Normaal
    84-97 Snel
    98-100 Zeer snel

     

    Wat betekent een ruwe score? En een geschaalde score?

    Op de meeste intelligentietesten is de ruwe score simpelweg het aantal goed gemaakte opgaven binnen een subtest. Omdat de KIQT+ met een ander scoringsmodel werkt is de ruwe score niet alleen het aantal goed gemaakte opgaven, maar het is hier wel mee vergelijkbaar (voor meer uitleg hierover verwijzen we je graag naar onze whitepaper). De ruwe score is dus een maat voor het absolute cognitieve niveau wat een kind heeft laten zien op de KIQT+.

    De ruwe score wordt vervolgens omgezet in een geschaalde score door de ruwe score van het kind te vergelijken met de prestaties van leeftijdsgenoten. Als twee kinderen van een verschillende leeftijd eenzelfde ruwe score hebben behaald, dan hebben zij hetzelfde cognitieve niveau laten zien op de KIQT+, maar krijgen zij beiden een andere geschaalde score omdat zij allebei met kinderen van hun eigen leeftijd worden vergeleken.

    De geschaalde scores op de subtesten hebben een gemiddelde van 10 en een standaardafwijking van 3.

    De geschaalde scores van het Totaal IQ (TIQ), het verkort Totaal IQ (vTIQ) en de indexen (FRI, VRI en KRI) hebben een gemiddelde van 100 en een standaardafwijking van 15, zoals bij IQ scores gebruikelijk is.

    Wat wordt er bedoeld met: "Betrouwbaarheid goed voor het nemen van belangrijke beslissingen op individueel niveau"?

    Bij tests die worden gebruikt voor belangrijke beslissingen op individueel niveau worden hoge eisen gesteld aan de betrouwbaarheid. De COTAN definieert het als volgt: “Met belangrijke beslissingen wordt bedoeld: beslissingen die op basis van de testscores worden genomen, die in principe, of op korte termijn, onomkeerbaar zijn, en die voor een belangrijk deel buiten de geteste persoon om worden genomen.”

    Voor de doelgroep van de KIQT+ zou hierbij kunnen worden gedacht aan het overstappen naar voltijds hoogbegaafdenonderwijs, of het versneld starten op de middelbare school. De COTAN beoordeelt tests die gebruikt worden voor belangrijke beslissingen op individueel niveau met ‘goed’ als de betrouwbaarheid boven de 0.9 is. De KIQT+ heeft een betrouwbaarheid van 0.96. De betrouwbaarheid van de KIQT+ is dus ‘goed’ voor het nemen van deze belangrijke beslissingen.

    Het TIQ van de KIQT+ is betrouwbaar genoeg voor belangrijke beslissingen op individueel niveau. Geldt dat ook voor het verkort TIQ?

    Het verkort Totaal IQ (vTIQ) op de KIQT+ heeft een betrouwbaarheid van 0.94, en is qua betrouwbaarheid voor het nemen van belangrijke beslissingen op individueel niveau dus nog steeds ‘goed’ te noemen, omdat deze boven de 0.9 ligt. Het verkort Totaal IQ is dus wel iets minder betrouwbaar dan het Totaal IQ gebaseerd op de afname van alle subtesten. In de rapportage wordt voor het verkort Totaal IQ dan ook een groter betrouwbaarheidsinterval gegeven.

    Hoe kun je met maar drie subtesten een TIQ berekenen? De WISC-V heeft er minimaal 7 nodig.

    Bij verschillende andere intelligentietesten wordt er een verschillend aantal subtesten gebruikt om het Totaal IQ te berekenen, variërend van 1 (op de RAVENS-2) tot 10 (op de WISC-II) of wel 14 (op de IDS-2). Ondanks dat de KIQT+ slechts 3 subtesten gebruikt, heeft het Totaal IQ (TIQ) toch een betrouwbaarheid van 0.96 (in veel gevallen zelfs 0.97). Dit is ruim boven de COTAN-grens van 0.90 voor belangrijke beslissingen op individueel niveau.

    Dit heeft onder andere te maken met de betrouwbaarheid van de subtesten. De betrouwbaarheid van de subtesten van de KIQT+ is zeer hoog. Ook gebruikt de KIQT+ een ander score model, waarbij niet het aantal goede antwoorden, maar het patroon van de antwoorden wordt gebruikt om de scores te berekenen. Hierdoor kan er met minder subtesten, en dus minder testopgaven, een Totaal IQ score worden berekend (lees hier meer over).

    Zijn deze drie subtests voldoende om over dit kind iets te zeggen? Wat als een kind net op deze drie onderdelen slecht scoort?

    De KIQT+ is ontworpen met de nieuwste inzichten uit de intelligentietheorie. Hieruit blijkt dat de drie subtesten van de KIQT+ een hoge g-lading hebben, wat betekent dat deze subtesten een goede maat voor de algemene intelligentie zijn. De kans dat een kind op deze drie onderdelen zeer slecht scoort, en op een andere intelligentietest toch een zeer hoog TIQ scoort is dus bijzonder klein. Dit blijkt ook uit de correlaties tussen de KIQT+ en andere intelligentietesten.

    Lees hier meer over de betrouwbaarheid van de subtesten en het TIQ van de KIQT+.

    Naar welke handleiding wordt verwezen in de voetnoten?

    In de voetnoten wordt verwezen naar de handleiding van de KIQT+. Hierin staat meer beschreven over hoe scores het beste kunnen worden geïnterpreteerd. De handleiding is bedoeld voor onderzoekers (psychologen en orthopedagogen) die beroepsmatig de KIQT+ gebruiken.

    Waarom wordt er in het scorerapport geen onderscheid gemaakt tussen verbaal en performaal IQ?

    De KIQT+ is ontworpen met (onder andere) het CHC model in gedachten, om zo goed als mogelijk de algemene intelligentie (g-factor) te meten. Hoewel verbaal redeneren in de KIQT+ niet expliciet gemeten wordt (bijvoorbeeld door een subtest als Overeenkomsten in de WISC-V) betekent dat niet dat verbaal redeneren niet aan de orde is bij het oplossen van de opgaven. De IQ score op de KIQT+ correleert dan ook hoog met (onder andere) Woordbetekenis, Namen Leren en Vertelplaat binnen de RAKIT-2, en bijvoorbeeld Informatie en Receptieve Woordenschat op de WPPSI-III. Het Totaal IQ op de KIQT+ correleert zelfs hoger met het Verbaal IQ binnen de WPPSI-III dan met het performaal IQ.

    Als het Totaal IQ lager (of hoger) is dan ‘het gemiddelde van de indexen’, hoe kan dat dan? Waar zit dat in?

    De score op een index (FRI, VRI of KRI) wordt berekend aan de hand van alle opgaven die (deels) de vaardigheden meten die in de betreffende index voorkomen. Het Totaal IQ (TIQ) wordt berekend door de prestatie op álle gemaakte opgaven mee te nemen, en wordt dus berekend op basis van meer informatie. Daarom kan het voorkomen dat het Totaal IQ hoger of lager is dan ‘het gemiddelde van de indexen’.

    Wat betekent de ‘Base rate’. En is die nog ‘betrouwbaar’ bij hele lage of hele hoge scores?

    Base rate is het percentage kinderen wat hetzelfde of een groter verschil tussen het Totaal IQ en de indexscore had binnen de kinderen in de normeringsgroep met dezelfde TIQ score. Bijvoorbeeld: een kind behaalt een Totaal IQ score van 137 en een KRI score van 133, dan is dit een verschil van -4 punten. De base rate die bij dit verschil hoort is 18.7 procent, omdat van de kinderen in de normeringsgroep die ook een Totaal IQ score van 137 behaalden, 18.7 procent hetzelfde of een nog groter verschil tussen deze scores behaalde.

    De verdeling van deze scoreverschillen is berekend door gebruik te maken van een wiskundig model wat tegelijkertijd gebruik maakt van de verdeling van de scoreverschillen bij alle Totaal IQ scores (vergelijkbaar met het gebruik van continue normering over leeftijd heen). Hierdoor is het mogelijk om bij alle IQ scores binnen het scorebereik van de KIQT+ een uitspraak over het voorkomen van een bepaald scoreverschil te doen.

    Waarom de term hoogbegaafd e.d. bij de score intervallen? Hoogbegaafd is toch veel meer dan alleen een hoge intelligentie?

    Bij de kwalitatieve beschrijvingen van de IQ scores zijn we uitgegaan van internationale literatuur. Uit ‘International Handbook of Giftedness – chapter 48 – The measurement of giftedness’ (Shavinina et al, 2009): In 1999 merkte John Wasserman op dat er veel inconsistente terminologie werd gebruikt om de verschillende ‘niveaus’ van hoogbegaafdheid te beschrijven. Hij vroeg vervolgens een internationale groep van 20 experts op het gebied van (hoog)begaafde kinderen om kwalitatieve beschrijvingen vast te stellen. De volgende categorieën werden overeengekomen:

    Profoundly Gifted +5 SD boven gemiddelde 175+
    Exceptionally Gifted +4 SD boven gemiddelde 160-174
    Highly Gifted +3 SD boven gemiddelde 145-159
    Gifted +2 SD boven gemiddelde 130-144

    Deze categorieën waren gebaseerd op een standaardafwijking van 15 punten. Het gebruik van de term ‘exceptionally gifted’ is hierbij overgenomen uit het werk van Marica Gross (e.g. Exceptionally Gifted Children, Gross, 2004). De internationale groep van experts bereikte geen consensus over de benaming van IQ scores beneden de 130.

    Bij de vertaling naar het Nederlands is gekozen voor de volgende benamingen:

    Profoundly Gifted
    Exceptionally Gifted Uitzonderlijk Hoogbegaafd
    Highly Gifted Zeer Hoogbegaafd
    Gifted Hoogbegaafd

    Omdat de KIQT+ een maximale IQ score van 170 heeft is voor de categorie ‘profoundly gifted’ geen Nederlandse vertaling gezocht. Voor de categorieën onder de 130 is gebruik gemaakt van de redelijk algemeen geaccepteerde categorieën van ‘gemiddeld’ voor een IQ onder de 115 en ‘begaafd’ voor een IQ van 115 tot 129.

    Wat betekent de referentieleeftijd?

    De referentieleeftijd is de leeftijd waarop een kind met een IQ van 100 (een gemiddeld IQ) eenzelfde ruwe score zou behalen op de KIQT+. Het zegt dus iets over de leeftijd waarop gemiddelde kinderen eenzelfde cognitief niveau behalen als het kind waarvoor het scorerapport gemaakt is.

    Een voorbeeld: als bij een kind van 5 een referentieleeftijd van 11 staat, heeft dit kind op de KIQT+ een cognitief niveau dat ongeveer gelijk is aan dat van een gemiddelde 11-jarige. Dat wil echter niet zeggen dat deze vijfjarige al bijna klaar is om naar het VWO te gaan: ten eerste zegt een referentieleeftijd niets over de aangeleerde vaardigheden van een kind. Een 11-jarige heeft al 6 jaar langer onderwijs gekregen en ook al een hoop extra levenservaring opgedaan. Ten tweede gaat het bij de referentieleeftijd om een ‘gemiddelde’ 11-jarige: een gemiddelde 11-jarige zal waarschijnlijk een VMBO advies krijgen en gaat dus niet naar het VWO.

    Referentieleeftijden moeten dus altijd met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden.