F.A.Q.
Veelgestelde vragen over de KIQT+

Voor ouders van kinderen die hebben meegedaan aan de normering van de KIQT+

Normering

Waarom waren de scores van een eerdere IQ-test nodig?

De informatie over behaalde scores op een eerdere intelligentietest was om meerdere redenen noodzakelijk.

Als eerste was het voor ons belangrijk dat de KIQT+ bij de juiste doelgroep zou worden afgenomen: Kinderen van 5 t/m 10 jaar met een bovengemiddelde intelligentie.

Daarnaast is het bij de ontwikkeling van een intelligentietest gebruikelijk om in de technische handleiding correlaties met scores op andere intelligentietesten te rapporteren. Op die manier kan de validiteit van de test beoordeeld worden door andere psychologen, orthopedagogen en de COTAN.

Tot slot was een score op een andere intelligentietest ook nodig voor de normering. Meer informatie daarover is te vinden in de technische handleiding.

Hoe werkt de score indicatie die we ontvangen hebben?
We hebben voor de score indicaties de hele range van de KIQT+ opgedeeld in intervallen van ongeveer 15 punten, te beginnen bij 105. Het eerste interval is dus 105-119, het tweede 120-134 en zo verder. Dit is dus niet hetzelfde als het betrouwbaarheidsinterval van het TIQ en je kunt dus ook niet van uitgaan dat het TIQ precies in het midden van dit interval ligt.
Een indicatie van 120-134 betekent dus niet dat het TIQ 127 is. Het kan 120 zijn (met bijvoorbeeld een 90% betrouwbaarheidsinterval van 115-125), maar ook 134 (met bijvoorbeeld een 90% betrouwbaarheidsinterval van 129-139).
Waarom kost het volledige scorerapport geld?

Naar alle ouders waarvan het kind heeft meegewerkt in de normering is een gratis score-indicatie verstuurd. We vonden het een fijn idee om jullie dit te kunnen bieden.

Omdat er gaandeweg de normering steeds meer vragen kwamen vanuit ouders naar de mogelijkheid om een volledig scorerapport te verkrijgen is besloten om ook deze mogelijkheid aan te bieden. Dit kan alleen niet kosteloos: om een rapport op te stellen aan de hand van data uit de normering verzamelt een psycholoog of psychometrist de relevante gegevens, controleert deze, en voegt ze vervolgens samen tot een volledig rapport. De vergoeding voor het volledige rapport betreft dus een vergoeding voor de tijd van de psycholoog/psychometrist en een vergoeding voor de administratieve afhandeling.

Om deze kosten in context te plaatsen: bij andere normeringen van IQ-testen is er meestal helemaal geen uitslag beschikbaar, soms zelfs geen (gratis) score-indicatie. We gaan er vanuit dat ouders en kinderen meewerken omdat ze het leuk vinden én omdat het belangrijk is om voor de doelgroep van meer- en hoogbegaafde kinderen een passend instrument te ontwikkelen. SCALIQ heeft een grote investering gedaan in de ontwikkeling van deze test en zal de komende jaren nog bezig zijn uit de kosten te komen, het is dus niet zo dat onze organisatie hier ontzettend op binnenloopt.

Is er een algemeen beeld hoe de kinderen die de test hebben gemaakt het gedaan hebben ten opzichte van hun eerdere test?

Uit de validiteitsonderzoeken die we met de KIQT+ hebben gedaan blijkt dat de scores op de KIQT+ hoog correleren met de scores op andere intelligentietesten zoals de WISC-V, de RAKIT-2, de WPPSI-III en de SON-R testen. Dit betekent dat over het algemeen, kinderen die hoog scoren op een van deze andere intelligentietesten, ook hoog zullen scoren op de KIQT+.

Toch hebben we ook een aantal kleine verschillen gevonden in gemiddelde scores. Daarover gaan we in dit achtergrondartikel wat meer de diepte in.

Hoe kan het dat mijn kind op de KIQT+ hoger scoort dan op de eerdere IQ-test?

Er kunnen meerdere redenen zijn waarom uw kind op de KIQT+ hoger scoort dan op een eerdere IQ-test. Enkele van deze redenen zijn:

  • Het kind behaalde op een andere test een plafondscore. Het IQ-score bereik van de KIQT+ loopt van 105 tot 170. Bij andere testen is het IQ-score bereik meer gericht op het gemiddelde (85-115). De KIQT+ is dus echt gemaakt om de intelligentie van bovengemiddelde kinderen te onderzoeken.
  • Het kind raakte wellicht gedemotiveerd door de vele makkelijke opgaven op de andere IQ test. De KIQT+ bevat minder (zeer) makkelijke opgaven, waardoor kinderen minder snel verveeld raken of ‘te moeilijk gaan denken’
  • De andere IQ test bevatte niet genoeg moeilijke opgaven, zodat het kind niet goed kon laten zien wat hij/zij in huis heeft. De KIQT+ bevat (veel) meer moeilijke opgaven, zodat (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen meer opgaven op hun niveau tegenkomen, en meer mogelijkheden krijgen om te laten zien wat ze kunnen.
  • Het kind heeft moeite met presteren onder tijdsdruk. De opgaven op de KIQT+ worden niet onder tijdsdruk beantwoord. De snelheid waarmee een kind werkt (verwerkingssnelheid / werksnelheid) heeft dan ook geen invloed op de Totaal IQ score maar wordt apart gerapporteerd.
  • Het kind heeft Nederlands niet als eerste taal of het heeft andere taal-specifieke moeilijkheden. De KIQT+ legt minder nadruk op verbale vaardigheden en meer nadruk op abstract en logisch redeneren.
Hoe kan het dat mijn kind op de KIQT+ lager scoort dan op de eerdere IQ-test?

Als een kind op twee verschillende intelligentietesten een wezenlijk andere score behaalt (dat wil zeggen dat de betrouwbaarheidsintervallen niet overlappen) dan spreken we van een scoreverschil. De kans op een scoreverschil wordt groter naarmate de tijd tussen de twee testen langer is, en naarmate het kind jonger is bij de eerste test. Ook blijkt uit onderzoek dat scoreverschillen vaker voorkomen bij kinderen met een bovengemiddelde IQ-score, in vergelijking met kinderen met een meer gemiddelde IQ-score. Tot slot kunnen individuele factoren zoals ziekte, angst, vermoeidheid of geen klik met de testleider ervoor zorgen dat een testafname minder betrouwbaar is.

Waarom zit er een verschil tussen de werksnelheid op de KIQT+ en de verwerkingssnelheid op de eerdere test?

De Werksnelheid op de KIQT+ is conceptueel anders vormgegeven dan de Verwerkingssnelheid zoals deze in andere intelligentietesten gebruikelijk is, en neemt dus een andere insteek om te meten hoeveel tijd een kind nodig heeft om bepaalde opdrachten te maken.

Zie ook de vraag: “Wat betekent de Werksnelheid van mijn kind?”

Mijn kind deed in 2019 mee. Is het resultaat nog betrouwbaar?

De normering van de KIQT+ is uit 2019/2020. De COTAN stelt dat, als er geen verder onderzoek gedaan wordt naar of de normen nog passend zijn, deze na 15 jaar verouderd zijn, en na 20 jaar niet meer bruikbaar. De normen van de KIQT+ zijn dus in ieder geval nog tot 2034/2035 bruikbaar.

Wel is het natuurlijk zo dat kinderen veranderen en zich niet allemaal in hetzelfde tempo ontwikkelen. Hoewel intelligentie een redelijk stabiele eigenschap is, kan het (zeker bij jongere kinderen) voorkomen dat een IQ score enigszins fluctueert over de jaren heen. Zie ook de vraag: “Hoe lang is de uitslag van de KIQT+ geldig?”

Wanneer kan mijn kind opnieuw met de KIQT+ worden getest?

Uit het test-hertest onderzoek van de KIQT+ is gebleken dat er, net zoals bij andere intelligentietesten, gemiddeld gezien een stijging van de scores optreed als deze binnen een korte tijd opnieuw wordt gemaakt. Wel is gebleken dat deze stijging, in vergelijking met andere intelligentietesten, relatief klein is. Omdat nog niet is onderzocht welk tijdsinterval noodzakelijk is voordat dit effect tot een minimum is beperkt, geldt vooralsnog het advies om de KIQT+ niet binnen 12 maanden nogmaals af te nemen. Uiteraard kunnen er zwaarwegende redenen zijn om dit wel te doen, echter is deze inhoudelijke overweging altijd ter beoordeling van de testgebruiker.

Dit wil overigens niet zeggen dat de geldigheidsduur van de test ook maar 12 maanden is. Zie daarvoor de vraag “Hoe lang is de uitslag van de KIQT+ geldig?”

Rapport

Hoe is de IQ-score van mijn kind berekend?

Voor het berekenen van de IQ-score van een kind wordt allereerst gekeken naar het antwoordpatroon van het kind op alle opgaven die het kind binnen de KIQT+ heeft gemaakt. Hierbij wordt gekeken naar welke vragen juist, gedeeltelijk juist, of onjuist zijn beantwoord. Uniek aan de KIQT+ is dat ook wordt gekeken op welke manier een opgave onjuist is beantwoord: is er slechts een detail vergeten of is het antwoord volledig onjuist? Afhankelijk van het antwoordpatroon wordt een ruwe score berekend. Hoe snel het kind heeft gewerkt tijdens het afnemen van de opgaven speelt geen rol bij het berekenen van de ruwe score of de IQ score. De ruwe score wordt vervolgens via een normeringsmodel vergeleken met de ruwe score van andere kinderen met dezelfde leeftijd. Door de ruwe score te vergelijken met de ruwe score van andere kinderen met dezelfde leeftijd wordt een IQ-score berekend. Voor meer informatie over wat een IQ-score betekent zie de vraag: “Wat betekent de IQ score van mijn kind?”

Wat betekent de IQ score van mijn kind?

Zoals ook vermeld wordt in het score-rapport van uw kind, kan aan de IQ score één van de volgende beschrijvingen worden gegeven:

IQ lager dan 115 Gemiddeld De meeste kinderen (bijna 85%) behalen een IQ-score lager dan 115
IQ tussen 115 en 129 Begaafd ± 1 op de 7 kinderen
IQ tussen 130 en 144 Hoogbegaafd ± 1 op de 47 kinderen
IQ tussen 145 en 159 Zeer Hoogbegaafd ± 1 op de 760 kinderen
IQ van 160 of hoger Uitzonderlijk Hoogbegaafd ± 1 op de 32000 kinderen

 

 

Het IQ van mijn kind is veel hoger dan 130. Moet ik mij nu zorgen maken?

Als bij een kind een intelligentietest wordt afgenomen is hier altijd een reden voor. Zowel ouders, als een school of een andere professional kunnen het nodig vinden dat een kind wordt onderzocht. Een zeer hoog IQ is daarom geen reden tot zorg, maar kan juist een verklaring bieden voor bepaalde problemen die de aanleiding gaven tot het intelligentieonderzoek. Een psycholoog of orthopedagoog gespecialiseerd in hoogbegaafdheid kan meer informatie geven over wat dit betekent voor de specifieke situatie van uw kind.

Het IQ van mijn kind is lager dan 105. Moet ik mij nu zorgen maken?

De KIQT+ is een intelligentietest voor bovengemiddeld intelligente kinderen en heeft een scorebereik van IQ 105 t/m IQ 170. Kinderen die een IQ lager dan 105 scoren krijgen dus een score ‘<105’. De KIQT+ kan geen betrouwbare intelligentiemeting lager dan een IQ van 105 geven, omdat de KIQT+ niet voor deze doelgroep is bedoeld. Als een kind een Totaal IQ score lager dan 105 (<105) behaalt op de KIQT+, dan is een andere intelligentietest, meer gericht op het gemiddeld intelligente kind, een betere keus om de intellectuele capaciteiten goed in beeld te brengen.

Bovendien is een IQ score lager dan 105 op zichzelf helemaal geen reden tot zorg: 62% van de kinderen heeft een IQ van 105 of lager. Het is dus heel normaal om binnen die groep te vallen. Net als bij een heel hoog IQ kan ook bij een gemiddeld of benedengemiddeld IQ een psycholoog of orthopedagoog meer informatie geven over wat dit betekent voor de specifieke situatie van uw kind.

Wat betekent de Werksnelheid van mijn kind?

Bij de werksnelheid wordt gekeken hoeveel tijd een kind nodig heeft om de opgaven van de KIQT+ te maken. Hierbij wordt de tijd die het kind nodig heeft vergeleken met andere kinderen van dezelfde leeftijd met dezelfde TIQ score. Dit betekent dat de werksnelheid op de KIQT+ anders is dan bijvoorbeeld de verwerkingssnelheid op een WISC of WPPSI, waar kinderen vergeleken worden met álle leeftijdsgenoten, ongeacht hun TIQ score. Op de KIQT+ wordt het kind dus vergeleken met andere kinderen die even oud zijn en die hetzelfde cognitieve niveau laten zien op de KIQT+. De score die hier wordt gegeven is een percentielscore. Bij (bijvoorbeeld) een percentielscore van 59 betekent dit bijvoorbeeld dat van de 100 kinderen die even oud zijn met eenzelfde TIQ score, er 59 hiervoor evenveel of méér tijd nodig hadden dan het kind.

Als uw kind laag scoort op werksnelheid, dan betekent dit dus dat uw kind, in vergelijking met andere kinderen van dezelfde leeftijd en hetzelfde Totaal IQ, relatief veel tijd nodig heeft gehad om de opgaven te maken. Hij of zij heeft dus aanzienlijk langzamer gewerkt dan zijn of haar ontwikkelingsgelijken. Andersom betekent een hoge score dat uw kind juist sneller heeft gewerkt dan zijn of haar ontwikkelingsgelijken. 

De percentielscores kunnen als volgt worden geïnterpreteerd:

Percentielscore Werksnelheid Beschrijving
0-2 Zeer langzaam
3-16 Langzaam
17-83 Normaal
84-97 Snel
98-100 Zeer snel

 

Wat betekent een ruwe score? En een geschaalde score?

Op de meeste intelligentietesten is de ruwe score simpelweg het aantal goed gemaakte opgaven binnen een subtest. Omdat de KIQT+ met een ander scoringsmodel werkt is de ruwe score niet alleen het aantal goed gemaakte opgaven, maar het is hier wel mee vergelijkbaar (voor meer uitleg hierover verwijzen we je graag naar onze whitepaper). De ruwe score is dus een maat voor het absolute cognitieve niveau wat een kind heeft laten zien op de KIQT+.

De ruwe score wordt vervolgens omgezet in een geschaalde score door de ruwe score van het kind te vergelijken met de prestaties van leeftijdsgenoten. Als twee kinderen van een verschillende leeftijd eenzelfde ruwe score hebben behaald, dan hebben zij hetzelfde cognitieve niveau laten zien op de KIQT+, maar krijgen zij beiden een andere geschaalde score omdat zij allebei met kinderen van hun eigen leeftijd worden vergeleken.

De geschaalde scores op de subtesten hebben een gemiddelde van 10 en een standaardafwijking van 3.

De geschaalde scores van het Totaal IQ (TIQ), het verkort Totaal IQ (vTIQ) en de indexen (FRI, VRI en KRI) hebben een gemiddelde van 100 en een standaardafwijking van 15, zoals bij IQ scores gebruikelijk is.

Wat wordt er bedoeld met: "Betrouwbaarheid goed voor het nemen van belangrijke beslissingen op individueel niveau"?

Bij tests die worden gebruikt voor belangrijke beslissingen op individueel niveau worden hoge eisen gesteld aan de betrouwbaarheid. De COTAN definieert het als volgt: “Met belangrijke beslissingen wordt bedoeld: beslissingen die op basis van de testscores worden genomen, die in principe, of op korte termijn, onomkeerbaar zijn, en die voor een belangrijk deel buiten de geteste persoon om worden genomen.”

Voor de doelgroep van de KIQT+ zou hierbij kunnen worden gedacht aan het overstappen naar voltijds hoogbegaafdenonderwijs, of het versneld starten op de middelbare school. De COTAN beoordeelt tests die gebruikt worden voor belangrijke beslissingen op individueel niveau met ‘goed’ als de betrouwbaarheid boven de 0.9 is. De KIQT+ heeft een betrouwbaarheid van 0.96. De betrouwbaarheid van de KIQT+ is dus ‘goed’ voor het nemen van deze belangrijke beslissingen.

Het TIQ van de KIQT+ is betrouwbaar genoeg voor belangrijke beslissingen op individueel niveau. Geldt dat ook voor de verkorte versie?

Het verkort Totaal IQ (vTIQ) op de KIQT+ heeft een betrouwbaarheid van 0.93-0.94, en is qua betrouwbaarheid voor het nemen van belangrijke beslissingen op individueel niveau dus nog steeds ‘goed’ te noemen, omdat deze boven de 0.9 ligt. Het verkort Totaal IQ is dus wel iets minder betrouwbaar dan het Totaal IQ gebaseerd op de afname van alle subtesten. In de rapportage wordt voor het verkort Totaal IQ dan ook een groter betrouwbaarheidsinterval gegeven.

Hoe kun je met maar drie subtesten een TIQ berekenen? De WISC-V heeft er minimaal 7 nodig.

Bij verschillende andere intelligentietesten wordt er een verschillend aantal subtesten gebruikt om het Totaal IQ te berekenen, variërend van 4 (op de SON-R-6-40) tot wel 10 (op de WISC-III). Dit heeft onder andere te maken met de betrouwbaarheid van de subtesten. De betrouwbaarheid van de subtesten van de KIQT+ is zeer hoog. Ook gebruikt de KIQT+ een ander score model, waarbij niet het aantal goede antwoorden, maar het patroon van de antwoorden wordt gebruikt om de scores te berekenen. Hierdoor kan er met minder subtesten, en dus minder testopgaven, een Totaal IQ score worden berekend. Zie ook: ‘Is de KIQT+ wel een betrouwbare test?’

Zijn deze drie subtests voldoende om over dit kind iets te zeggen? Wat als een kind net op deze drie onderdelen slecht scoort?

De KIQT+ is ontworpen met de nieuwste inzichten uit de intelligentietheorie. Hieruit blijkt dat de drie subtesten van de KIQT+ een hoge g-lading hebben, wat betekent dat deze subtesten een goede maat voor de algemene intelligentie zijn. De kans dat een kind op deze drie onderdelen zeer slecht scoort, en op een andere intelligentietest toch zeer hoog scoort is dus bijzonder klein. Dit blijkt ook uit de correlaties tussen de KIQT+ en andere intelligentietesten.

Naar welke handleiding wordt verwezen in de voetnoten?

In de voetnoten wordt verwezen naar de handleiding van de KIQT+. Hierin staat meer beschreven over hoe scores het beste kunnen worden geïnterpreteerd. De handleiding is bedoeld voor onderzoekers (psychologen en orthopedagogen) die beroepsmatig de KIQT+ gebruiken.

Waarom wordt er in het scorerapport geen onderscheid gemaakt tussen verbaal en performaal IQ?

De KIQT+ is ontworpen met (onder andere) het CHC model in gedachten, om zo goed als mogelijk de algemene intelligentie (g-factor) te meten. Hoewel verbaal redeneren in de KIQT+ niet expliciet gemeten wordt (bijvoorbeeld door een subtest als Overeenkomsten in de WISC-V) betekent dat niet dat verbaal redeneren niet aan de orde is bij het oplossen van de opgaven. De IQ score op de KIQT+ correleert dan ook hoog met (onder andere) Woordbetekenis, Namen Leren en Vertelplaat binnen de RAKIT-2, en bijvoorbeeld Informatie en Receptieve Woordenschat op de WPPSI-III. Het Totaal IQ op de KIQT+ correleert zelfs hoger met het Verbaal IQ binnen de WPPSI-III dan met het performaal IQ.

Als het Totaal IQ lager (of hoger) is dan ‘het gemiddelde van de indexen’, hoe kan dat dan? Waar zit dat in?

De score op een index (FRI, VRI of KRI) wordt berekend aan de hand van alle opgaven die (deels) de vaardigheden meten die in de betreffende index voorkomen. Het Totaal IQ (TIQ) wordt berekend door de prestatie op álle gemaakte opgaven mee te nemen, en wordt dus berekend op basis van meer informatie. Daarom kan het voorkomen dat het Totaal IQ hoger of lager is dan ‘het gemiddelde van de indexen’.

Wat betekent de ‘Base rate’. En is die nog ‘betrouwbaar’ bij hele lage of hele hoge scores?

Base rate is het percentage kinderen wat hetzelfde of een groter verschil tussen het Totaal IQ en de indexscore had binnen de kinderen in de normeringsgroep met dezelfde TIQ score. Bijvoorbeeld: een kind behaalt een Totaal IQ score van 137 en een KRI score van 133, dan is dit een verschil van -4 punten. De base rate die bij dit verschil hoort is 18.7 procent, omdat van de kinderen in de normeringsgroep die ook een Totaal IQ score van 137 behaalden, 18.7 procent hetzelfde of een nog groter verschil tussen deze scores behaalde.

De verdeling van deze scoreverschillen is berekend door gebruik te maken van een wiskundig model wat tegelijkertijd gebruik maakt van de verdeling van de scoreverschillen bij alle Totaal IQ scores (vergelijkbaar met het gebruik van continue normering over leeftijd heen). Hierdoor is het mogelijk om bij alle IQ scores binnen het scorebereik van de KIQT+ een uitspraak over het voorkomen van een bepaald scoreverschil te doen.

Waarom de term hoogbegaafd e.d. bij de score intervallen? Hoogbegaafd is toch veel meer dan alleen een hoge intelligentie?

Bij de kwalitatieve beschrijvingen van de IQ scores zijn we uitgegaan van internationale literatuur. Uit ‘International Handbook of Giftedness - chapter 48 - The measurement of giftedness’ (Shavinina et al, 2009): In 1999 merkte John Wasserman op dat er veel inconsistente terminologie werd gebruikt om de verschillende ‘niveaus’ van hoogbegaafdheid te beschrijven. Hij vroeg vervolgens een internationale groep van 20 experts op het gebied van (hoog)begaafde kinderen om kwalitatieve beschrijvingen vast te stellen. De volgende categorieën werden overeengekomen:

Profoundly Gifted +5 SD boven gemiddelde 175+
Exceptionally Gifted +4 SD boven gemiddelde 160-174
Highly Gifted +3 SD boven gemiddelde 145-159
Gifted +2 SD boven gemiddelde 130-144

Deze categorieën waren gebaseerd op een standaardafwijking van 15 punten. Het gebruik van de term ‘exceptionally gifted’ is hierbij overgenomen uit het werk van Marica Gross (e.g. Exceptionally Gifted Children, Gross, 2004). De internationale groep van experts bereikte geen consensus over de benaming van IQ scores beneden de 130.

Bij de vertaling naar het Nederlands is gekozen voor de volgende benamingen:

Profoundly Gifted -
Exceptionally Gifted Uitzonderlijk Hoogbegaafd
Highly Gifted Zeer Hoogbegaafd
Gifted Hoogbegaafd

Omdat de KIQT+ een maximale IQ score van 170 heeft is voor de categorie ‘profoundly gifted’ geen Nederlandse vertaling gezocht. Voor de categorieën onder de 130 is gebruik gemaakt van de redelijk algemeen geaccepteerde categorieën van ‘gemiddeld’ voor een IQ onder de 115 en ‘begaafd’ voor een IQ van 115 tot 129.

Waarom wordt hyperhoogbegaafdheid niet genoemd?

Hyperhoogbegaafdheid is een parapluterm voor alle IQ-scores vanaf 3 standaardafwijkingen boven het gemiddelde, oftewel 145 of hoger bij een standaardafwijking van 15. Bij SCALIQ hebben we ervoor gekozen om internationaal gedefinieerde IQ categorieën aan te houden, zie ook de vraag: “Waarom begint ‘Uitzonderlijk hoogbegaafd’ pas bij 160, dat is toch al bij 145?”

Waarom begint ‘Uitzonderlijk hoogbegaafd’ pas bij 160? Dat is toch al bij 145?

Bij de kwalitatieve beschrijvingen van de IQ scores zijn we uitgegaan van internationale literatuur. Uit ‘International Handbook of Giftedness - chapter 48 - The measurement of giftedness’ (Shavinina et al, 2009): In 1999 merkte John Wasserman op dat er veel inconsistente terminologie werd gebruikt om de verschillende ‘niveaus’ van hoogbegaafdheid te beschrijven. Hij vroeg vervolgens een internationale groep van 20 experts op het gebied van (hoog)begaafde kinderen om kwalitatieve beschrijvingen vast te stellen. De volgende categorieën werden overeengekomen:

Profoundly Gifted +5 SD boven gemiddelde 175+
Exceptionally Gifted +4 SD boven gemiddelde 160-174
Highly Gifted +3 SD boven gemiddelde 145-159
Gifted +2 SD boven gemiddelde 130-144

Deze categorieën waren gebaseerd op een standaardafwijking van 15 punten. Het gebruik van de term ‘exceptionally gifted’ is hierbij overgenomen uit het werk van Marica Gross (e.g. Exceptionally Gifted Children, Gross, 2004). De internationale groep van experts bereikte geen consensus over de benaming van IQ scores beneden de 130.

Bij de vertaling naar het Nederlands is gekozen voor de volgende benamingen:

Profoundly Gifted -
Exceptionally Gifted Uitzonderlijk Hoogbegaafd
Highly Gifted Zeer Hoogbegaafd
Gifted Hoogbegaafd

Omdat de KIQT+ een maximale IQ score van 170 heeft is voor de categorie ‘profoundly gifted’ geen Nederlandse vertaling gezocht. Voor de categorieën onder de 130 is gebruik gemaakt van de redelijk algemeen geaccepteerde categorieën van ‘gemiddeld’ voor een IQ onder de 115 en ‘begaafd’ voor een IQ van 115 tot 129.

Wat betekent de referentieleeftijd?

De referentieleeftijd is de leeftijd waarop een kind met een IQ van 100 (een gemiddeld IQ) eenzelfde ruwe score zou behalen op de KIQT+. Het zegt dus iets over de leeftijd waarop gemiddelde kinderen eenzelfde cognitief niveau behalen als het kind waarvoor het scorerapport gemaakt is.

Een voorbeeld: als bij een kind van 5 een referentieleeftijd van 11 staat, heeft dit kind op de KIQT+ een cognitief niveau dat ongeveer gelijk is aan dat van een gemiddelde 11-jarige. Dat wil echter niet zeggen dat deze vijfjarige al bijna klaar is om naar het VWO te gaan: ten eerste zegt een referentieleeftijd niets over de aangeleerde vaardigheden van een kind. Een 11-jarige heeft al 6 jaar langer onderwijs gekregen en ook al een hoop extra levenservaring opgedaan. Ten tweede gaat het bij de referentieleeftijd om een ‘gemiddelde’ 11-jarige: een gemiddelde 11-jarige zal waarschijnlijk een VMBO advies krijgen en gaat dus niet naar het VWO.

Referentieleeftijden moeten dus altijd met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden.

Algemeen

Wat is de meerwaarde van een intelligentietest?

Een intelligentietest is geen doel op zich, maar vooral een middel voor een psycholoog of orthopedagoog om de algehele intelligentie van een kind te kunnen onderzoeken. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn om uit te sluiten of afwijkend gedrag of afwijkende schoolresultaten te maken hebben met een boven- of juist benedengemiddelde intelligentie, zoals bijvoorbeeld bij het stellen van een dyslexie diagnose.

Ook kan een intelligentietest fijn zijn als hulpmiddel bij het maken van keuzes als ‘Kunnen we dit kind laten versnellen of niet?’ of ‘Zou het in aanmerking kunnen komen voor een plusklas?’. Voor dit soort beslissingen is de KIQT+ bij uitstek geschikt, omdat het juist bij de bovengemiddeld intelligente doelgroep heel betrouwbare resultaten geeft.

Als er vanuit ouders, school of hulpverlening behoefte is aan onderzoek naar het intelligentieniveau van een kind kunnen zij een psycholoog of orthopedagoog inschakelen om hier onderzoek naar te doen. Of er daarnaast nog andere instrumenten nodig zijn dan alleen een intelligentietest is afhankelijk van de hulpvraag die er ligt.

Waarom is de KIQT+ beter geschikt voor (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen?

De KIQT+ is om een aantal redenen beter geschikt om de intelligentie van (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen te onderzoeken:

  • Het IQ-score bereik van de KIQT+ loopt van 105 tot 170. Bij andere testen is het IQ-score bereik meer gericht op het gemiddelde (85-115). De KIQT+ is dus echt gemaakt om de intelligentie van bovengemiddelde kinderen te onderzoeken.
  • De KIQT+ bevat minder (zeer) makkelijke opgaven, waardoor kinderen minder snel verveeld raken of ‘te moeilijk gaan denken’
  • De KIQT+ bevat (veel) meer moeilijke opgaven, zodat (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen meer opgaven op hun niveau tegenkomen, en meer mogelijkheden krijgen om te laten zien wat ze kunnen.
  • De opgaven op de KIQT+ worden niet onder tijdsdruk beantwoord. De snelheid waarmee een kind werkt (verwerkingssnelheid / werksnelheid) heeft dan ook geen invloed op de Totaal IQ score maar wordt apart gerapporteerd.
  • De subtesten en vragen zijn speciaal ontworpen voor de doelgroep van (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen. Zo is er extra aandacht besteed aan duidelijke vormgeving en zijn vragen die op meerdere manieren te interpreteren zijn zo veel mogelijk vermeden.
  • Om de IQ-score van een kind te bepalen wordt niet alleen gekeken naar hoeveel opgaven goed zijn beantwoord, maar ook naar welke opgaven goed zijn beantwoord. Daarnaast wordt bij de onjuist beantwoorde vragen gekeken of een antwoord gedeeltelijk onjuist of totaal onjuist was. Een bijna volledig goed antwoord waarbij slechts een detail is gemist krijgt hierbij een hogere score dan een bijna volledig onjuist antwoord.
In welke situatie zou je deze test inzetten, en welke informatie kun je uit de resultaten halen?

De KIQT+ behoort, net zoals andere intelligentietesten, thuis in de gereedschapskist van de psycholoog of orthopedagoog en kan ingezet worden om de intelligentie van (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen in beeld te brengen. Als er vanuit school of hulpverlening behoefte is aan onderzoek naar het intelligentieniveau van een kind kunnen zij een psycholoog of orthopedagoog inschakelen om hier onderzoek naar te doen. Of er daarnaast nog andere instrumenten nodig zijn dan alleen een intelligentietest is afhankelijk van de hulpvraag die er ligt.

Is de KIQT+ een betrouwbare test?

De betrouwbaarheid van een test wordt uitgedrukt in een getal tussen de 0 en 1. Een test met een betrouwbaarheid van 0 is volledig onbetrouwbaar, een test met een betrouwbaarheid van 1 is perfect betrouwbaar. De KIQT+ heeft een betrouwbaarheid van 0.96. Volgens de beoordelingsstandaarden van de COTAN is een test met een betrouwbaarheid hoger dan 0.90 ‘goed’ te noemen. Volgens de beoordelingsstandaarden van de COTAN is de betrouwbaarheid van de KIQT dus ‘goed’ te noemen.

De COTAN is een centrale commissie van het NIP, met als missie om de psychometrische kwaliteit van tests in Nederland te bevorderen. Nadat een nieuwe test is genormeerd kan de uitgever deze ter beoordeling aanbieden bij de COTAN. Uiteraard doen wij dit ook met de KIQT+. Omdat de leden van COTAN het beoordelen van de tests op vrijwillige basis doen, naast hun reguliere baan, gaat er behoorlijk wat tijd overheen voordat een beoordeling is afgerond. Zie ook het antwoord op de vraag: “Wanneer wordt de KIQT+ beoordeeld door de COTAN?”

Accepteren scholen de uitslag van de KIQT+?

Als bij een kind een intelligentietest wordt afgenomen is hier altijd een reden voor. Zowel ouders, als een school of een andere professional kunnen het nodig vinden dat een kind wordt onderzocht. Een psychologisch onderzoek wordt meestal uitgevoerd door een psycholoog of orthopedagoog. Volgens de standaarden van het NIP (Nederlands Instituut van Psychologen) moet een psycholoog altijd een test gebruiken die geschikt is om het betreffende kind te onderzoeken.

Omdat de KIQT+ beter geschikt is dan andere testen om de intelligentie van (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen te onderzoeken, kan een psycholoog ervoor kiezen om de intelligentie van het kind te onderzoeken met de KIQT+. De psycholoog gebruikt daarna de testresultaten, maar ook andere informatie over het kind om de school en/of ouders te informeren en advies te geven over het kind. Het is dus de psycholoog of orthopedagoog die bepaalt welke intelligentietest in een bepaalde situatie het meest geschikt is om de intelligentie van een kind te onderzoeken.

Kan deze test ook via school of hulpverlening worden aangevraagd?

De KIQT+ behoort, net zoals andere intelligentietesten, thuis in de gereedschapskist van de psycholoog of orthopedagoog en kan ingezet worden om de intelligentie van (vermoedelijk) (hoog)begaafde kinderen in beeld te brengen. Als er vanuit school of hulpverlening behoefte is aan onderzoek naar het intelligentieniveau van een kind kunnen zij een psycholoog of orthopedagoog inschakelen om hier onderzoek naar te doen.

Waar kan de KIQT+ afgenomen worden?

De KIQT+ kan worden aangeschaft en gebruikt door psychologen en orthopedagogen die aan de kwalificatie eisen voldoen. Deze eisen staan beschreven op de productpagina van de KIQT+.

Praktijken die de test hebben aangeschaft kunnen, als zij dat willen, toegevoegd worden aan de kaart waarop te zien is op welke locaties een KIQT+ kan worden afgenomen.

Voor een intelligentieonderzoek met de KIQT+ kunt u rechtstreeks contact opnemen met een praktijk bij u in de regio.

Kan de KIQT+ ook een IQ onder de 115 meten of vallen kinderen met een IQ lager dan 115 gelijk uit op deze intelligentietest?

Het scorebereik van de KIQT+ is een IQ score van 105 t/m 170 voor kinderen van 5 tot en met 10 jaar. Dit betekent dat ook voor kinderen met een IQ onder de 115 er nog voldoende ruimte is om de test te maken.

Professionals zullen er wellicht aan moeten wennen dat (vooral jongere) kinderen met een IQ score onder de 115 wellicht weinig goede antwoorden geven op de verschillende subtesten. Er kan ook dan een betrouwbare meting worden gedaan. Deze situatie is te vergelijken met andere intelligentietesten waarbij kinderen aan de onderkant van het scorebereik worden getest: ook zij beantwoorden vaak maar enkele vragen goed.

Hoe lang is de uitslag van de KIQT+ geldig?

Een uitslag van een intelligentietest heeft nooit een vastgestelde ‘levensduur’ waarna deze zijn waarde volledig verliest. Wel is het zo dat een recentere intelligentietest waarschijnlijk een beter beeld geeft dan een intelligentietest die langer geleden is afgenomen.

Een onderzoeker kan er in bepaalde omstandigheden, afhankelijk van onder andere de leeftijd van een kind, wel voor kiezen om een onderzoeksrapportage een bepaalde geldigheidsduur mee te geven.

De mate waarin een testuitslag nog bruikbaar is hangt bovendien sterk af van welke beslissing er genomen dient te worden waar de uitslag in meeweegt. Zo is het bij het nemen van een belangrijke en mogelijk (op korte termijn) onomkeerbare beslissing belangrijk dat een score op een intelligentietest voldoende recent is.

Is een IQ score altijd een minimumscore?

Een IQ score is niet altijd een ‘minimum’ of een ‘ondergrens’. Elke IQ score heeft een zekere mate van onbetrouwbaarheid welke wordt uitgedrukt in het betrouwbaarheidsinterval. Het betrouwbaarheidsinterval is een interval om de IQ score heen, dat bij vrijwel elke intelligentietest (zo ook bij de KIQT+) vermeld wordt in het scorerapport.

Een kind kan dus als het nogmaals getest wordt iets hoger of iets lager scoren, maar in de meeste gevallen zullen de betrouwbaarheidsintervallen dan deels overlappen.

Wanneer wordt de KIQT+ door de COTAN beoordeeld?

De COTAN werkt met een team van vrijwilligers om de psychometrische kwaliteit van testen in Nederland te beoordelen. Uit de beoordeling van enkele recente testen blijkt dat de wachttijd momenteel kan oplopen van een flink aantal maanden tot zelfs meer dan een jaar. Hier hebben wij helaas geen invloed op.

Belangrijk om te weten is dat de betrouwbaarheid van de KIQT+ hoog is (zie ook de vraag: “Is de KIQT+ wel een betrouwbare test? ”).

Voor andere testen geldt ook dat zij al gebruikt werden voor de COTAN beoordeling er was. De WISC-V werd bijvoorbeeld eind 2017 in gebruik genomen (en werd toen ook al door scholen en andere instanties geaccepteerd), pas eind mei 2019 was de COTAN klaar met de beoordeling.

Is de uitslag van de KIQT+ wel geldig als er nog geen COTAN beoordeling is?

Een psychologisch onderzoek wordt meestal uitgevoerd door een psycholoog of orthopedagoog. Volgens de standaarden van het NIP (Nederlands Instituut van Psychologen) moet een psycholoog altijd een test gebruiken die geschikt is om het betreffende kind te onderzoeken, dit is altijd de afweging van de psycholoog. Dit kan een test zijn die door de COTAN beoordeeld is als ‘goed’, of een test die als minder goed is beoordeeld, als de onderzoeker vindt dat deze test geschikt is voor het betreffende kind en de onderzoeksvraag. Het kan ook een test zijn die nog niet beoordeeld is. In dat geval maakt de psycholoog of orthopedagoog zelf, aan de hand van de handleiding en de onderzoeksgegevens die over de test beschikbaar zijn, een beoordeling of een test betrouwbaar genoeg is om de onderzoeksvraag te beantwoorden.

De beoordeling van de COTAN is een extra hulpmiddel voor psychologen en orthopedagogen om zoveel als mogelijk testen van goede kwaliteit te gebruiken. Het oordeel van de COTAN hoeft dus niet te worden afgewacht, en is ook zeker niet bindend.

Perfectionisme kan een kind soms in de weg zitten bij het maken van een intelligentietest. Is dat bij de KIQT+ minder het geval?

Kinderen die heel perfectionistisch zijn nemen vaak veel tijd voor het geven van een antwoord omdat ze zeker willen weten dat het helemaal goed is. Bij sommige intelligentietesten heeft dat een negatief effect op de score, omdat veel subtests een tijdsfactor hebben: opdrachten moeten binnen een bepaalde tijd gemaakt worden, of sneller antwoorden levert een hogere score op. Bij de KIQT+ is dat niet het geval. Een kind mag net zolang blijven nadenken als het wil, zonder dat dat invloed heeft op het Totaal IQ of de indexscores.

Daarnaast zijn de testvragen helder en duidelijk van opzet, en is er steeds één correct antwoord dat logisch te beredeneren valt en aan te wijzen is. Het is dus geen kwestie van een antwoord perfect moeten kunnen formuleren om er voldoende punten voor te kunnen krijgen, zoals bij open vragen het geval zou zijn.

Jullie geven aan dat de KIQT+ zo ontwikkeld is dat faalangst een minder grote rol speelt. Waarin zit dat?

Er is bij het maken van de KIQT+ geen tijdsdruk. Kinderen hoeven bovendien niets te zéggen om de test te kunnen maken, en de drempel voor kinderen om iets aan te wijzen is bijna altijd kleiner.

Ook hoeft een subtest, als een onderzoeker dit niet wil, nooit te worden afgebroken. In dat geval kan het kinderen dus ook minder dwars gaan zitten dat ze bij een eerdere subtest ineens moesten stoppen ‘omdat ze iets misschien niet goed hebben gedaan’.

Dit maakt dat de KIQT+ ook bij faalangstige kinderen goed is in te zetten.